Snorkelen

Met zwemvliezen

  • Ik kan te water gaan met een kopsprong.
  • Ik kan na de kopsprong aansluitend 25 meter rugcrawl en 10 meter dolfijnbeenslag.
  • Ik kan 25 meter borstcrawl zwemmen en in 1 hoekduik 2 voorwerpen opduiken van de bodem.

Met snorkeluitrusting

  • Ik kan te water gaan met een schredesprong.
  • Ik kan 50 meter snorkelen en tijdens het snorkelen 1 keer draaien om de lengte-as linksom en aansluitend rechtsom.
  • Ik kan een hoekduik maken en door een hoepel zwemmen, vervolgens nog een keer linksom of rechtsom door dezelfde hoepel zwemmen.
  • Ik kan in het water springen met de snorkeluitrusting in mijn hand en in het water de snorkeluitrusting aandoen.
  • Ik kan 50 meter borstcrawl zwemmen met snorkeluitrusting.
  • Ik kan 25 meter snorkelen en vervolgens 10 meter onder water zwemmen.
  • Ik kan 25 meter snorkelen met één zwemvlies aan.
  • Ik kan onder water zwemmen en ondertussen twee uiteinden van een touwtje aan elkaar knopen.
  • Ik kan tijdens het snorkelen een hoekduik maken.
  • Ik kan 2 voorwerpen in 2 verschillende kleuren (die via de onderwater praatstok worden doorgegeven) ophalen van de bodem.

Jr. Lifeguard


De eindtemen zijn gebaseerd op de vijf aandachtspunten voor een badmeester (preventie, toezicht, waterredding, spoedeisende zorg en persoonlijke veiligheid) Eindtermen voor kinderen vanaf 10 jaar zijn dik gedrukt.

Preventie

  • Ik weet de regels van het zwembad.
  • Ik weet waarom een lifeguard belangrijk is.
  • Ik weet hoe ik moet omgaan met bloed.

Toezicht

  • Ik kan het zwembad controleren op veiligheid.
  • Ik kan een persoon in gevaar herkennen.

Waterredding

  • Ik kan een persoon redden door middel van het aanreiken of gooien (maar nooit zelf gaan) van:
    • Arm
    • Been
    • Flexibeam
    • Handdoek
    • Lifejacket
  • Ik kan een compact sprong uitvoeren.
  • Ik kan een persoon met een flexibeam redden (voor- en achterkant redding).
  • Ik kan een persoon met een reddings-tube redden (voor- en achterkant redding).

Spoedeisende zorg

  • Ik weet wanneer ik 112 moet bellen.
  • Ik weet wat ik moet doen bij een noodgeval.
  • Ik kan controleren of iemand nog ademt.

Persoonlijke veiligheid

  • Ik kan 100 meter zwemmen met korte broek en t-shirt aan.
  • Ik kan 100 meter zwemmen met flexibeam.
  • Ik kan een Lifejacket herkennen en aandoen op land en ondiep water.
  • Ik kan een Lifejacket aandoen in diep water.
  • Ik kan veilig in ondiep water springen.
  • Ik kan veilig in diepwater springen.
  • Ik kan de basis van EHBO verlenen.

Swim Team

Veiligheidsvaardigheden

  • Ik vraag altijd om toestemming voordat ik het water in ga.
  • Ik kan drijfmiddelen gebruiken om assistentie te verlenen aan een zwemmer.
  • Ik weet wanneer en hoe ik de hulpdiensten kan bellen.
  • Ik kan 30 seconden blijven drijven in de helphouding.
  • Ik kan 2 minuten watertrappen of overlevingsdrijven.



Kleding eisen:
regenjas, lange broek, shirt met lange mouwen en schoenen.

Zwemvaardigheden

    Te water gaan

  • Ik kan middels een startduik te water gaan.

  • Voortbewegen

  • Ik kan 75 meter borstcrawl zwemmen.
  • Ik kan 75 meter rugcrawl zwemmen.
  • Ik kan 75 meter enkelvoudige rugslag zwemmen.
  • Ik kan 75 meter schoolslag zwemmen.
  • Ik kan 75 meter gekleed zwemmen met een zwemslag naar keuze.
  • Ik kan 15 meter polocrawl zwemmen.
  • Ik kan 5 meter wrikken in de richting van het hoofd met aansluitend een gehurkte draai (360 graden).

  • Draaien

  • Ik kan onder een vlot door zwemmen, er vervolgens overheen klimmen en er nogmaals onder door zwemmen.
  • Ik kan borstcrawl en rugcrawl wedstrijd keerpunt uitvoeren.
  • Ik kan vlinderslag en schoolslag wedstrijd keerpunt uitvoeren.
  • Ik kan een hoekduik maken naar minimaal 2 meter diepte.

  • Onderwater

  • Ik kan middels een startduik te water gaan en 9 meter onder water zwemmen.

  • Het water verlaten

  • Ik kan zelfstandig gekleed op de kant klimmen.
  • Ik kan zelfstandig op de kant klimmen.